14. Koperen Hanze schotel met gravure van Humilitas (ca. 1200 n. Chr.)
Lang vóór het christendom offerden mensen in Twente aan natuurkrachten en goden. Dat deden ze vaak op natte plekken, zoals rivieren en moerassen. Water was een bijzondere plaats, waar je iets gaf voor bescherming of een goede oogst.
Later werden mensen christen. Maar oude gewoonten verdwenen niet meteen. Dat zien we bij deze Hanzeschotel. Op de schotel staat Humilitas, Latijn voor nederigheid. Het laat zien hoe mensen zich volgens de kerk moesten gedragen.
Zo’n hanzenschotel werd gebruikt om handen te wassen, bijvoorbeeld voor een maaltijd. Dat was niet alleen praktisch, maar had ook een symbolische betekenis: schoon zijn van lichaam én van gedrag.
Toch zien we ook iets ouds terug. Sommige van deze kostbare schotels zijn gevonden in rivieren, zoals de IJssel. Ze zijn daar bewust achtergelaten, net als offers uit de tijd vóór het christendom. De betekenis veranderde. Het was nu een dank aan God of een heilige. De handeling bleef hetzelfde.
Oude gewoontes leefden zo verder. Ook oude stenen uit heidense tijden kregen een nieuwe plek in kerken, bijvoorbeeld als drempel of in de muur. Dat hielp mensen wennen aan het nieuwe geloof. We weten niet precies wat hun eerste functie was. Misschien hoorden ze bij een heilige plek of rituelen met offers.
Het volgende en laatste luisterpunt gaat over de afsluiting van deze audiotour.