12. Slapen, wassen en toilet
Ga naar plattegrond
Mensen sliepen in een bedstee. Hij lijkt wat klein. Dat komt omdat de ouders vaak half zittend sliepen. Languit liggen hoorde volgens hen bij de dood.
Onder de bedstee was soms een lade voor de baby. Het ondergeschoven kindje.
Kinderen sliepen samen in een andere bedstee.
Knechten sliepen op zolder, boven de dieren.
Er was geen badkamer.
Wassen deed je in een emmer, een teil of in de beek.
In de winter was het ijskoud.
Dan deed men vaak alleen een snelle “poezenwas”: even gezicht en handen.
Op het platteland kwamen waterpompen pas in de 17e en 18e eeuw.
Leidingwater kwam rond 1900.
Toilet was een buiten‑huuske: een hokje met een plank, een gat en een ton eronder.
Oude kranten dienden als wc‑papier.
Het stonk enorm en de inhoud ging op de mestvaalt.
In het Los Hoes was bijna geen privacy: iedereen zat dicht op elkaar, dag en nacht.
Een echt riool kwam veel later, in sommige buurtschappen zelfs pas rond 2008.