Van vlas tot linnen
Het is heel bewerkelijk om van vlas vezels te maken waarmee uiteindelijk geweven kan worden. Veel van de hulpmiddelen die hiervoor gebruikt werden staan in of om het los hoes.
- Nadat het land was bewerkt, werd het vlas eind maart of begin april gezaaid. De planten bloeien eind mei of begin juni. Om een goede kwaliteit linnen te krijgen, wordt het gewas in de tweede helft van juli geoogst. Het beste linnenvlas wordt geoogst wanneer de zaadbollen nog niet helemaal rijp zijn.
- Het oogsten van de vlasplant houdt in dat de gehele plant inclusief wortel uit de grond wordt getrokken om de plant compleet te kunnen gebruiken. Dit werd met de hand gedaan.
- Na de oogst worden de planten in schoven gezet om te drogen.
De prachtige bosjes vlas op het land werden in vroegere tijden wel vlaskapelletjes genoemd.
Het volgende proces repelen: op een repelbank worden de zaadbollen verwijderd. Het zaad, eenmaal ontdaan van het kaf, wordt gezeefd en geschoond. De beste kwaliteit wordt als zaaigoed gebruikt, het overige zaad verwerkt de olieslager tot lijnolie.
- Met de stengels ga je verder met roten. Bij roten wordt het vlas in het water gelegd of er wordt gebruikt van de dauw die van nature op de akker terecht komt. Doel van roten is het losweken van het houtachtige deel van de stengel van de vezels. De tijd van roten varieert van 2 weken tot 2 maanden, afhankelijk van het klimaat. Daarna is het vlas klaar voor de volgende bewerking: drogen en braken.
- Nadat het vlas heel goed is gedroogd, volgt het braken.
Bij het braken wordt het houtachtige deel van de stengels stukje voor stukje gekneusd en gebroken met een vlasbraak . De buigzame vezels blijven hierbij heel en ongedeerd. Voor het braakproces wordt een braak gebruikt, maar een dorsvlegel werkt ook
- Nu volgt het zwingelen. Bij het zwingelen worden de laatste houtachtige restanten van de bruikbare vezels gescheiden. Dit gebeurt met de zwingelspaan waarmee men hard in de lengterichting van de planten tegen het vlas slaat.
- Foto Een van de laatste processen is hekelen. Bij het hekelen wordt het vlas over de hekel of vlaskam gehaald waardoor de vezels zacht en glad worden. Vaak is een hekel een bed van spijkers met dezelfde onderlinge afstand.
- Tot slot worden de vezels met een spinnewiel (vanaf 12e eeuw) gesponnen tot draden en kunnen de draden -met een weefgetouw (vanaf 1500) geweven worden tot textiel.