4. Op de vloedlijn
Terug naar de plattegrond
Zo'n 245 miljoen jaar geleden lag Oost-Nederland ter hoogte van de evenaar, aan de rand van een grote binnenzee: de Tethyszee. In het warme water van de Tethyszee zwommen hagedis-achtige reptielen rond op zoek naar voedsel. Op het strand lieten landdieren hun voetafdrukken achter in de modder. Wellicht waren deze landdieren op zoek naar kadavers van aangespoelde zeereptielen. Al deze diersoorten ontstonden na het grootste uitsterven ooit; 250 miljoen jaar geleden.
De nummers op de blokjes verwijzen naar de volgende vondsten.
8. Aangespoeld fossiel hout.
9. Afdrukken van kwallen.
245 Miljoen jaar geleden leefden er ook kwallen in de zee. En net als tegenwoordig spoelden deze kwallen ook aan op het strand. Een kwal heeft geen harde delen die kunnen fossieleren. Maar de afdruk van een kwal kan wel fossiel worden. In Winterswijk komen in een aantal lagen grotere hoeveelheden afdrukken van kwallen voor. Opvallend is dat in elk van die lagen maar kwallen van één bepaalde afmeting gevonden wordt. Grote en kleine kwallen in 1 laag, dus grote en kleine kwallen die tegelijk en door elkaar leefden, worden niet gevonden. Dat is tegenwoordig op het strand niet veel anders.