2. De vorming van het landschap van Twente.

In de afgelopen 2,6 miljoen jaar wisselden koude en warmere perioden elkaar vaak af. Die hele tijd noemen wetenschappers het Kwartair. In de koude perioden, de ijstijden, groeiden grote ijskappen op het noordelijk halfrond. In warmere perioden smolt een deel van het ijs weer.

Tijdens een aantal oude ijstijden schoof een dikke ijskap uit Scandinavië ons land binnen. Dat ijs werkte als een enorme bulldozer. Het duwde zand, klei en grind opzij en omhoog. Zo ontstonden heuvels: stuwwallen. In Twente, kun je zulke stuwwallen nog zien, bijvoorbeeld bij Ootmarsum en Oldenzaal. Deze heuvels zijn ontstaan in de voorlaatste ijstijd, het Saalien, ongeveer 150.000 jaar geleden.

De laatste ijstijd heet het Weichselien. Die begon ongeveer 116.000 jaar geleden en eindigde zo’n 12.000 jaar geleden. Er lag geen landijs meer in Nederland, maar het was wel erg koud en droog. Het water van de oceanen zat voor een deel opgelopen in de ijskappen van de noordpool en hooggebergten als de Alpen. De zeespiegel lag wel meer dan 100 meter lager dan nu en je kon van Nederland naar Engeland lopen. Nederland en Twente leken op een steppe, met vooral gras, mossen en lage struiken. De wind blies zand, afkomstig uit de droogliggende Noordzee, ver het land in en vormde een laag dekzand op en rond de stuwwallen.