3 – De wolharige mammoet (skelet)
Je ziet hier het skelet van een wolharige mammoet. Dit is een van de bekendste dieren uit de ijstijd. De mammoet leefde ook in Nederland, onder andere in Twente. Hij leek op een olifant en was ongeveer even groot als een grote olifant van nu. De mammoet was goed aangepast aan de kou, met een dikke vacht, een vetlaag onder de huid en kleine oren.
In de ijstijd stond de zeespiegel veel lager dan nu, tientallen tot meer dan honderd meter lager. Een groot deel van de Noordzee lag droog. Mensen en dieren konden toen tussen Nederland en Engeland lopen. Toen het ijs smolt en de Noordzee weer volliep, bleef de hogere Doggersbank een toevluchtsoord voor mensen en dieren. Onze mammoet komt ook van die Doggersbank.
De slagtanden van de mammoet waren heel groot. Bij mannetjes konden ze wel vier meter lang worden. Waarschijnlijk schoof de mammoet met zijn slagtanden sneeuw opzij om bij gras en andere planten te komen. Een mammoet at per dag ongeveer 180 kilo planten.
In zijn bek had hij vier grote kiezen met ribbels. Daarmee maalde hij het taaie gras fijn. Tijdens zijn leven wisselde een mammoet zes keer van kiezen. Als de laatste kiezen versleten waren, kon hij niet meer goed eten.
Dit skelet bestaat uit botten van verschillende mammoeten. De gladde, geelbruine stukken zijn later toegevoegd om lege plekken op te vullen. In de Noordzee worden nog steeds mammoetbotten gevonden. Zo weten we dat deze indrukwekkende dieren hier echt hebben rondgelopen.