5. Andere ijstijd dieren

In de ijstijd leefden wolharige mammoeten samen met veel andere dieren. Op de koude, open grasvlaktes en toendra’s leefden wilde paarden, reuzenherten, rendieren, wolharige neushoorns en steppewisenten. Veel van deze dieren trokken in grote kuddes rond. Er waren ook roofdieren, zoals wolven, holenberen en holenleeuwen. In Nederland en Twente was het toen lange tijd koud en droog. Er groeiden weinig bomen, vooral gras, mossen en lage struiken. Toch was er genoeg voedsel voor grote grazers, en waar veel prooidieren waren, volgden de roofdieren.

In de vitrines zie je botten en schedels van dieren uit de laatste ijstijd, het Pleistoceen. Ze komen uit Nederland en soms zelfs uit Twente. Let ook op dieren die goed zijn aangepast aan de kou. De poolvos en poolhaas hebben een witte wintervacht. De muskusos heeft een dikke, lange vacht tegen de ijzige wind. Op de eerste etage staat de saiga‑antilope, met een lange, zachte neus. Zo wordt koude lucht eerst in de neus een beetje opgewarmd.

Benieuwd hoe we weten hoe deze dieren eruitzagen? Kijk dan naar het filmpje “Wisent in aanbouw” in de nis tegen de muur. Daarin vertelt Remy Bakker hoe hij weet hoe zo’n steppewisent eruitzag. Op dezelfde muur kun je ook het filmpje zien over het bouwen van de mammoet door Leo Stolzenbach.