5. Vlas kapelletje

Ga naar plattegrond

Recht voor je zie je het vlaskapelletje: een bos vlas met de zaadbolletjes omhoog.
Zo liet de boer het vlas na de oogst drogen.
De bos lijkt op een klein kapelletje, daarom heet het een “vlaskapelletje”.

Vlas groeit goed op de arme zandgrond in Twente.
In juni stonden de vlasvelden blauw in bloei.
Ongeveer honderd dagen na het zaaien was de oogst.

Uit de stengel haal je vezels voor linnen, voor lakens en kleren.
Bij het breken van de stengel komen de vezels los.
In de kist naast het vlaskapelletje kun je zulke vezels voelen, bijna zo zacht als haar.

De harde stukjes van de stengel heten vlasstrootjes.
In sommige oude versies van Doornroosje prikt zij zich aan zo’n stukje vlasstengel.

De zaadjes van vlas heten lijnzaad.
Daarvan maak je lijnzaadolie, die hout beschermt.
Lijnzaad kun je ook eten, het is erg gezond.