Eten en drinken

Rondleiding: Los Hoes — Taal: NL

Eten en drinken

In de 17e eeuw waren de maaltijden weinig gevarieerd.

De bewoners van het Los Hoes aten vooral wat hun boomgaard, moestuin en bouwland gaven. Ook hielden ze vaak bijen.

Boeren hadden veel energie nodig, vooral uit koolhydraten: roggebrood en dun bier.

Dun bier heeft een laag alcoholgehalte.

Het werd gemaakt door sterk bier aan te lengen met water, of door mout een tweede keer te brouwen.

Bier was veiliger om te drinken dan water, omdat tijdens het brouwen bacteriën werden gedood.

Groenten die ze aten waren onder andere peulvruchten, pastinaak, rapen, kool, uien en prei.

In november werd een varken geslacht en het vlees gedroogd, gezouten, gerookt of ingemaakt.

Zo had de boer enkele maanden vlees, ook in de winter.

Ook (oude) kippen en ganzen werden gegeten.

In de 18e eeuw werd voor ontbijt bierpap gemaakt van dun bier, oud brood, boter, zout, suiker en een klein beetje gestampte kruidnagel.

Aan het einde van de 18e eeuw kwamen aardappelen pas op het menu.

In het volgende verhaal vertellen we iets over een dier dat vaak in een Los Hoes voorkwam: de tortelduif.

Beelden: 1
Huidige seconde: 0
Beeld 1
Tip: 'rechts-klik' (PC) of 'long-touch' (mobiel, tablet) op de afbeelding voor volledig scherm.