Slapen, wassen en toilet
Slapen, wassen en toilet
Links naast het weefkamertje zie je een bedstee.
Onder de bedstee van de ouders zat een lade waar de baby kon slapen.
Voor ons lijkt de bedstee misschien kort, maar dat had twee redenen:
1. Mensen waren vroeger gemiddeld korter.
2. Er bestond bijgeloof: men dacht dat liggend slapen niet goed was, omdat alleen doden languit liggen. Daarom sliepen volwassenen vaak zittend.
De kinderen sliepen met meerdere tegelijk in een bedstee aan de andere kant van het huis.
Als er een knecht was, sliep hij meestal op zolder, boven de dieren.
In een Los Hoes was geen badkamer.
Mensen moesten zich wassen in het washok met een emmer, waskom of lampetkom.
In de zomer kon dat in de beek.
Omdat een Los Hoes slecht geïsoleerd was, was het binnen in de winter koud, en werd wassen meestal een poezenwasje.
De eerste waterpompen waren in de 17e eeuw, maar op het platteland vanaf de 18e eeuw. Maar het leidingwater kwam op het platteland veel later dan in steden vanwege de hoge aanlegkosten.
De aanleg van gemeentelijke en provinciale waterleidingen begon tussen 1892 (Enschede) en 1932 (Borne).
Op het platteland bleven handpompen soms tot 1950–1960 in gebruik.
Een Los Hoes had ook geen toilet.
Buiten stond een “huuske”, een houten huisje met een plank met gat en daaronder een ton of emmer.
Oude kranten werden gebruikt als toiletpapier.
De ton moest regelmatig geledigd worden op de mestvaalt.
Het werk was onaangenaam, het stonk en er kwamen veel vliegen op af.
In Twente werd het riool eerst in de grote steden aangelegd, en pas rond 2008 ook in de kleine buurtschappen.
Na slapen, wassen en toiletteren gaan we verder met een verhaal over eten en drinken.