De eerste fabrikeurs
Textiel speelt in de geschiedenis van Twente een heel belangrijke rol. Maar lang geleden waren er nog geen fabrieken.
Tot halverwege de 19e eeuw maakten boeren thuis hun eigen stoffen. Vooral in de winter, als er weinig werk was op het land.
De vrouwen sponnen vlas tot garen. Garen is een dunne draad. De mannen weefden van dat garen linnen. Linnen is een stevige stof.
Wat de boeren zelf niet nodig hadden, verkochten ze. Handelaren trokken langs de boerderijen om stoffen te kopen. Ze werden linnenreiders, reeders of fabrikeurs genoemd.
Zij lieten het linnen bleken of verven. Zo werd het mooier en meer waard. Soms gaven ze ook garens aan de boeren, met de opdracht er linnen van te maken.
Een bekende fabrikeur was Hendrik ten Kate. Hij woonde in Almelo en reisde veel. Dat was zwaar werk.
De wegen waren slecht en de reis duurde lang. Soms ging hij met de boot, en sliep hij in een herberg. Daar schreef hij brieven naar zijn vrouw.
Je ziet zijn gezin op schilderij nummer 8, rechts op de wand.
Rond 1800 veranderde er veel. Mensen begonnen ook katoen te spinnen. Eerst met kleine handmachines, zoals de Spinning Jenny. Deze machines waren nagemaakt van Engelse voorbeelden.
Na 1830 probeerde men katoen te spinnen met stoomkracht. Dat lukte pas goed rond 1836. Toch bleef Engels garen vaak beter en goedkoper. Veel Twents katoen werd verkocht aan Indië, dat nu Indonesië heet.
Rond 1855 kwamen de eerste grote stoomweverijen. Daarmee begon het fabriekswerk. Boeren stopten steeds vaker met thuis weven. Rond 1875 was het helemaal verdwenen.
Een belangrijke man in de textiel was Herman van Lochem. Hij was een slimme ondernemer. Tijdens een reis naar Duitsland leerde hij bombazijn maken. Dat is een stevige stof van linnen en katoen. Ze gebruikten het voor werkbroeken en ondergoed.
Samen met andere fabrikeurs kreeg hij in 1728 het alleenrecht om bombazijn te maken in Enschede. Hij werd er rijk mee. Toen hij in 1782 stierf, was hij de rijkste man van Twente.
In Enschede zijn nu nog een straat en een park naar hem genoemd. Op de wand in het museum zie je drie schilderijen van Herman. Eentje is echt, de andere twee zijn kopieën.
Zo blijft zijn verhaal bewaard, en zien wij hoe belangrijk hij was voor de textiel in Twente.
Voor nog meer informatie kun je op de oranje knop drukken. Je gaat dan naar de Atlas van Ooit.
Het volgende luisterpunt gaat over schilderijen die met de industriële revolutie hier in Twente te maken hebben.
Ga iets naar links totdat je voor de schilderijen 29 en 36 staat.