Prehistorie
Twente had een enorme textielindustrie in de 19e en 20e eeuw. Maar wist je dat er in de prehistorie in deze regio ook al gesponnen en geweven werd? Voor je zie je een boerderij uit de eerste eeuw na Christus. We weten dat er in die tijd al schapen gehouden werden en vlas verbouwd werd. Van schapenwol en van de binnenkant van de vlasstengel kun je garen maken. En met dat garen kun je weer weven. Op het veldje naast de boerderij wordt waarschijnlijk gerst of tarwe verbouwd, maar het zou ook een veldje met vlas kunnen zijn. Wat er op deze maquette eigenlijk ontbreekt, is een weefgetouw. Vroeger waren weefgetouwen niet horizontaal zoals nu, maar verticaal. Aan de bovenkant werden de draden vastgebonden aan een stok. Onderaan hingen weefgewichten aan de draden om ze strak te houden. Tussen die draden werden dan weer andere draden door geweven. Weefgewichten kun je zien in de bovenste lade helemaal rechts. In de lade liggen ronde steentjes met een gat erin. Dat zijn spinsteentjes. Door het gat werd een stokje gestoken, zodat er een soort tol ontstond. Met de ene hand draaide men de tol rond, met de andere hand werd een pluk wol of vlas beetje bij beetje op het stokje gewonden. Door met de vingers van die hand een draaiende beweging te maken, ontstond er een draad. En met die draad kon je dan weer weven en breien. De spinsteentjes en weefgewichten zijn ongeveer uit dezelfde tijd als de maquette van de prehistorische boerderij. Voor het volgende luisterpunt ga je naar de ingang van de boerderij.