Spinmachines

Rondleiding: Algemeen — Taal: NL

Je staat nu bij de machines die nodig zijn om van katoenvezels een draad te maken.

Zo rond 1830 bestond er in de regio al een industrie op het gebied van weven. Het garen werd in Engeland besteld, want machinaal spinnen kon men hier nog niet.

In 1830 werd de eerste stoomspinnerij in Almelo in gebruik genomen. Enschede volgde in 1833 met de stoomspinnerij “De Groote Stoom”, op initiatief van een aantal textielfabrikanten uit de regio. Door zelf te spinnen, kon men nu rechtstreeks het ruwe katoen bestellen. Dat gebeurde soms in Azië, maar meestal was het katoen afkomstig uit het zuiden van de Verenigde Staten.

Het proces begint bij de machine die zich het dichtst bij de glazen deur naar buiten bevindt. Dit is een balenbreker. In de Verenigde Staten persten ze katoen in grote balen, en hier trokken ze de balen weer uit elkaar. Hoe zo’n katoenbaal eruitziet, kun je zien in de grote glazen vitrine, links bovenin.

Je ziet daar ook een revolver. Toen men bij Van Heek & Co. rond 1914 zo’n katoenbaal opende, vonden ze deze revolver. In de Verenigde Staten was deze op de een of andere manier in de balenpers terechtgekomen.

In de eerste drie machines werden de katoenvlokken losgemaakt en werden de afvalstukjes, zoals stukjes katoenzaadpit, takjes en andere verontreinigingen, verwijderd.

De machine met de grote trommel met metalen naaldjes is de krasmachine. De krasmachine trekt knoopjes los, verwijdert te korte vezels, legt de katoenvezels in één richting en vormt een soort luchtig matje van katoen, dat aan het eind samenkomt tot een lont. Dat verdwijnt in een rode lontbus of spinkan, die de invoer is voor de volgende machine: de rek- en verdeelstoel.

Hier worden meerdere lonten (bijvoorbeeld zes of acht) parallel de machine ingevoerd, waar ze weer uitgetrokken worden tot één lont. Dit uittrekken gebeurt omdat de uitvoerrollen sneller draaien dan de invoerrollen. Het doel van deze machine is om de gelijkmatigheid te verbeteren, doordat dunne en dikke plekken wegvallen. Meestal zijn er twee passages over de rek- en verdeelstoel.

Het spinnen van fijn garen gebeurt nu in twee stappen: eerst op de voorspinmachine en daarna op de ringspinmachine.

De spinkannen worden daarom naar de voorspinmachine gebracht. Afzonderlijke lonten worden weer gerekt en op een spoel, genaamd de bayer, gedraaid. Hier is een dikke draad ontstaan met weinig draaiing (twist).

De laatste machine is de ringspinmachine. Hier wordt het garen van de bayer nog een keer uitgetrokken en getwist, zodat het uiteindelijke garen ontstaat.

Soms worden extra stappen – het kammen – toegevoegd om kortere vezels te verwijderen. Dan ontstaat er een hogere kwaliteit garen van alleen de langste vezels, genaamd kamgaren.

Voor het volgende luisterpunt moet je naar de twee grote weefgetouwen lopen, die tegen de schuine muur aan staan. Dit zijn Jacquard-weefgetouwen.

Beelden: 8
Huidige seconde: 0
Beeld 1
Tip: 'rechts-klik' (PC) of 'long-touch' (mobiel, tablet) op de afbeelding voor volledig scherm.